Leven en werk

Jeugd 1522-1539
Coornhert werd in 1522 in Amsterdam, in de Warmoesstraat geboren. Zijn geboortedatum is niet precies bekend. Zijn ouders kwamen uit oude en welvarende families. Hij ging niet naar de Latijnse School, wat je destijds van een getalenteerde jongeman uit een  goed milieu zou verwachten, maar volgde een opleiding als prentmaker. Op zijn zestiende vertrok hij op een reis van ongeveer een jaar naar Spanje en Portugal. In 1539 keerde hij in Amsterdam terug. Hij nam kort daarna een belangrijke en bijzondere stap in zijn leven. Hij trouwde, pas zeventien jaar oud, met een uit Haarlem afkomstige twaalf jaar oudere vrouw, van eenvoudige komaf, Neeltje Symonsdochter. Zijn ouders waren daar zo op tegen dat hij werd onterfd. Het huwelijk bleef kinderloos.

Hofmeester bij de Brederodes 1539-1541
Er moest brood op de plank komen en via zijn schoonzus kreeg hij een baantje als hofmeester, ‘conchierge ende toesiender’ – een soort hoofd interne dienst – op kasteel Batestein, zetel van Reinoud III van Brederode, een van de machtigste en rijkste edelen van Holland.

Reinoud III, elfde heer van Brederode (1492-1556).

Prentmaker met Van Heemskerck 1546-1560
Vermoedelijk in 1541 gingen Dirk en Neeltje Coornhert in Haarlem wonen, waar Coornhert de kost ging verdienen met het maken van houtsneden, etsen en gravures. Van 1546 tot 1560 werkte hij intensief samen met de toen al vermaarde schilder en tekenaar Maarten van Heemskerck, met wie hij ongeveer 200 prenten maakte. Zie ook Coornhert als prentmaker.

Drukker/uitgever met Van Zuren 1561-1564
In 1561 gaf Coornhert zijn leven een andere wending. Hij stopte (voorlopig) met prentmaken en begon samen met Jan van Zuren, een van de vier burgemeesters, een drukkerij en uitgeverij. Deze bevond zich in het onderhuis van het pand Grote Markt 17, hoek Smedestraat, het woonhuis van Van Zuren. Dit pand zou twee eeuwen later de Hoofdwacht van de schutterij worden; tot op de dag van vandaag draagt het die naam. De drukkerij/uitgeverij zou maar vier jaar bestaan. Er zijn tien uitgaven van bekend, waaronder enkele door Coornhert zelf uit het Latijn en Frans vertaalde werken.

Grote Markt met links de Hoofdwacht, 1629.

Jan van Zuren.

Notaris 1561
In 1561 ging Coornhert ook de functie van notaris uitoefenen, na een stage bij notaris Talesius, ooit secretaris van Erasmus en van 1537 tot 1570 vijftien keer schepen en tien keer burgemeester van Haarlem. In de jaren dat hij in Haarlem woonde, bleef Coornhert als notaris werkzaam.  

Stadssecretaris 1562-1567
In 1562 trad Coornhert als klerk in dienst van de stad. Hij maakte snel carrière en werd in 1564 stadssecretaris van Haarlem, met de pensionaris de belangrijkste adviseur van het stadsbestuur.

Stadhuis, iets na de tijd van Coornhert, ca. 1627.

Stadhuis. De hoekkamer beneden was Coornherts werkvertrek.

Adviseur van de Prins 1564-1567
In de jaren 1564-1567 kreeg Coornherts loopbaan een enorme impuls. Door intensieve contacten met Willem van Oranje kwam hij ineens midden in het politieke machtscentrum. Coornhert had in die jaren zo vaak overleg met de Prins, dat gesteld kan worden dat hij de politiek van de Prins mede bepaalde. Maar de politieke hoogtijdagen van Coornhert zouden van korte duur blijken.

Willem van Oranje

Vlucht, gevangenis, ballingschap 1567-1572
Begin 1567 ging er zoveel mis met de Opstand dat de Prins van Oranje maar ook Hendrik van Brederode, de zoon van Reinout III,  naar Duitsland uitweken. In een sfeer van paniek nam Coornhert op 30 april 1567 ontslag als stadssecretaris en vluchtte ook hij richting Duitsland. Op 20 juli 1567 was hij weer terug in Haarlem, maar op bevel van Bossu, stadhouder onder Alva, werd hij gevangen genomen en opgesloten in de Gevangenpoort in Den Haag. Op erewoord kreeg hij bewegingsvrijheid maar hij brak zijn gelofte en vluchtte in juni 1568 voor de tweede keer naar Duitsland. Pas na vier jaar keerde hij in september 1572 terug naar Holland.

Hendrik van Brederode, de Grote Geus (1531-1568), een van de leiders van de Opstand, stiefzoon van Coornherts schoonzus.

Secretaris Vrije Staten, ballingschap 1572-1576
In juli 1572 waren twaalf opstandige steden, waaronder Haarlem in Dordrecht bijeengekomen in wat  later de Eerste Vrije Statenvergadering is genoemd. Hier werd besloten Willem van Oranje als stadhouder te erkennen en de Opstand tegen Spanje gezamenlijk te gaan financieren. Niet lang daarna werd Coornhert op voorspraak van Willem van Oranje benoemd tot secretaris van de Vrije Vergadering van de Staten van Holland. Coornhert kreeg opdracht een rapport op te stellen over de wreedheden van Lumey, admiraal van de geuzen en zeer eigenzinnige medestander van Oranje. Lumey verwachtte dat het rapport zeer ongunstig voor hem zou uitpakken en gaf opdracht Coornhert om te brengen. Om aan een moordaanslag te ontkomen vluchtte Coornhert eind november 1572 voor de derde keer naar Duitsland, waar hij vier jaar verbleef. Hij voorzag in zijn levensonderhoud door het maken van prenten. Pas eind 1576 kon hij eindelijk naar huis.

Haarlem en weer Duitsland 1577-1586
In maart 1577 kwamen Dirk en Neeltje Coornhert weer in Haarlem wonen. Hij hervatte zijn werkzaamheden als notaris, maar ging zich vooral wijden aan zijn strijd voor godsdienstvrijheid en tegen allerlei dogma’s. Hij organiseerde die jaren een viertal grote debatten. Er verschenen veel publicaties van hem. Dit alles werd Coornhert door de calvinistische machthebbers niet in dank afgenomen en het werd hem zeer lastig gemaakt. In 1584 werd zijn vriend en beschermer Willem van Oranje vermoord. In datzelfde jaar overleed na een gelukkig huwelijk van 45 jaar Neeltje. In 1585 voelde Coornhert zich door haatdragende kritiek zo bedreigd dat hij in augustus voor de vierde keer naar Duitsland vertrok. Hier schreef hij zijn belangrijkste werk Zedekunst dat is Wellevenskunste. In juli 1586 keerde hij naar Haarlem terug.

Laatste jaren 1586-1590
In 1588 besluit Coornhert een tijd bij een vriend in Delft te gaan wonen, maar is in die stad niet welkom en na twee maanden wordt hij begin oktober 1588 de stad uitgezet. Hij verhuist eind 1588/begin 1589 naar Gouda, een stad met een tolerant bestuur, een vrijzinnige predikant en woonplaats van Tournay, die zo’n vijftig werken van hem had gedrukt. Hij heeft een tomeloze energie, publiceert nog zijn meest omvangrijke werk en voert een felle polemiek met de Leidse hoogleraar Lipsius. Coornhert overlijdt in Gouda op 29 oktober 1590, 68 jaar oud. Een priester komt niet aan zijn doodsbed. Hij wordt begraven in de Sint-Janskerk.

Gevelsteen (1940) door Theo van Reijn aan het sterfhuis van Coornhert, Oosthaven 17, Gouda.